ZekerWet.Start Gratis
Terug naar Kennisbank
ZZP & Wet DBA7 min leestijd

Minimumtarief zzp: rechtsvermoeden bij 38 euro

Vanaf 31 december 2026 telt het uurtarief van een zzp'er mee in de vraag of er eigenlijk een arbeidsovereenkomst is. Werkt iemand voor jouw bedrijf tegen 38 euro per uur of minder, dan gaat de wet ervan uit dat het een dienstverband is. Wil je dat niet, dan moet jij aantonen dat het anders zit.

Er komt dus geen verbod op lage tarieven en ook geen wettelijk minimumtarief voor zzp'ers. Wat er komt is een rechtsvermoeden. Hieronder lees je wat dat is, welk bedrag de grens is, wanneer het niet geldt, hoe het samenhangt met de Wet DBA, en wat je als opdrachtgever en als zzp'er nu doet.

Wat is het rechtsvermoeden en vanaf wanneer geldt het?

Een rechtsvermoeden is een uitgangspunt van de wet dat geldt tot het tegendeel is bewezen. Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief staat in een nieuw artikel in het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:610aa. Het eerste lid zegt:

"Hij die ten behoeve van een ander tegen een beloning door die ander van ten hoogste € 36,– per uur, arbeid verricht, wordt vermoed deze arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst."

In gewone woorden: werkt iemand voor jou en betaal jij hem per uur niet meer dan het bedrag in de wet, dan neemt de wet aan dat hij bij jou in dienst is.

Het artikel komt uit de Wet van 18 juni 2026 (Staatsblad 2026, 158). Het inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad 2026, 207) zet de ingangsdatum op 31 december 2026. Vanaf die dag geldt het. De wet bevat geen aparte regel voor opdrachten die dan al lopen.

Welk uurtarief is de grens?

In de wettekst staat 36 euro. Dat bedrag blijft niet staan. Volgens het tweede lid van artikel 7:610aa past de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het aan op dezelfde manier als het minimumloon, en wordt het naar boven afgerond op hele euro's. Het minimumloon wordt elk jaar met ingang van 1 januari en van 1 juli herzien (artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).

Ondernemersplein, het informatieloket van de overheid voor ondernemers, schrijft: "Het bedrag was eerst € 36 per uur. Dit bedrag stijgt mee met het wettelijk minimumloon en is sinds 1 januari 2026 € 38 per uur." Dat is het bedrag waar je op 31 december 2026 mee rekent.

Twee details die ertoe doen:

  • 38 euro valt er zelf ook onder. De wet zegt "ten hoogste". Een tarief van precies 38 euro per uur zit dus binnen het vermoeden. Daarom spreken we van 38 euro of minder.
  • Het bedrag kan later stijgen. Omdat het meebeweegt met het minimumloon, kan de grens op een volgend herzieningsmoment hoger liggen. Een tarief dat nu net boven de grens zit, kan er later onder vallen. Kijk bij elke verlenging opnieuw naar het bedrag dat op dat moment geldt.

Rekenvoorbeeld: onder en boven de grens

Stel, je huurt drie zzp'ers in voor je bedrijf. Met de grens van 38 euro ziet dat er zo uit:

  • Zzp'er A, 36 euro per uur. Onder de grens. De wet gaat uit van een arbeidsovereenkomst.
  • Zzp'er B, 38 euro per uur. Precies op de grens, en omdat de wet "ten hoogste" zegt, valt B er ook onder. Ook hier gaat de wet uit van een arbeidsovereenkomst.
  • Zzp'er C, 39 euro per uur. Boven de grens. Het nieuwe vermoeden geldt niet. Dat betekent niet dat C zeker zelfstandig is: de gewone beoordeling blijft gelden, en daarover lees je hieronder meer.

Voor A en B is de vraag dus niet meer of de zzp'er kan bewijzen dat hij werknemer is. De vraag is of jij kunt bewijzen dat hij het niet is.

Wat betekent "de opdrachtgever moet het tegendeel bewijzen"?

Het rechtsvermoeden legt de bewijslast bij de opdrachtgever: jij moet aantonen dat het géén arbeidsovereenkomst is, in plaats van andersom. Ondernemersplein zet de stappen op een rij:

  • Zit het tarief onder de grens, dan kan de zzp'er een beroep doen op het rechtsvermoeden.
  • Doet hij dat, dan moet de opdrachtgever bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is.
  • Lukt dat niet, dan kan de zzp'er de rechten opeisen die bij een arbeidsovereenkomst horen, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

In de praktijk betekent dat: als opdrachtgever wil je kunnen laten zien hoe er echt gewerkt wordt. Wie bepaalt hoe, wanneer en waar het werk gebeurt? Mag de zzp'er iemand anders sturen? Werkt hij ook voor anderen? Afspraken op papier helpen daarbij, maar alleen als de praktijk ermee overeenkomt.

Wanneer geldt het rechtsvermoeden niet?

Het derde lid van artikel 7:610aa maakt een uitzondering voor particulieren. Het vermoeden geldt niet als de opdrachtgever "een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf". Huurt iemand thuis een schilder of een bijlesdocent in voor zichzelf, dan speelt het dus niet. Huur je iemand in voor je bedrijf, ook als eenmanszaak, dan wel.

Verder geldt het alleen bij een beloning per uur van 38 euro of minder. Ligt de beloning hoger, dan geldt dit vermoeden niet. Let wel op: de wet spreekt over de beloning per uur, niet alleen over een afgesproken uurtarief.

Hoe verhoudt het zich tot de Wet DBA en artikel 7:610?

Het rechtsvermoeden vervangt de bestaande beoordeling niet. Of er een arbeidsovereenkomst is, hangt nog steeds af van artikel 7:610 BW: iemand verbindt zich om in dienst van een ander, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. In de praktijk draait dat om drie kenmerken: persoonlijke arbeid, loon en een gezagsverhouding. De Belastingdienst kijkt bij de Wet DBA ook naar ondernemerschap, zoals hoeveel opdrachtgevers iemand heeft en welk risico hij loopt. Meer daarover lees je in Wet DBA 2026: regels, handhaving en boetes.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel wilde ook artikel 7:610 zelf verduidelijken. Dat deel is vervallen: de wet die is aangenomen, voegt alleen artikel 7:610aa toe. De beoordeling op gezag, vervanging en ondernemerschap blijft dus zoals hij is. Wat verandert, is wie wat moet bewijzen als het tarief laag is.

Er bestond al een ander rechtsvermoeden, in artikel 7:610a BW. Dat kijkt niet naar het tarief maar naar de duur en regelmaat van het werk: wie "gedurende drie opeenvolgende maanden, wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid verricht", wordt ook vermoed dat op basis van een arbeidsovereenkomst te doen. Dat blijft gewoon gelden. Zzp'er C uit het voorbeeld valt niet onder het nieuwe vermoeden, maar werkt hij drie maanden lang elke week voor je, dan kan het oude vermoeden wel spelen.

Wat doe je als opdrachtgever nu?

  1. Loop je tarieven na. Zet op een rij welke zzp'ers voor 38 euro per uur of minder voor je werken, en welke er net boven zitten.
  2. Kijk hoe er echt gewerkt wordt. Bepaal per opdracht wie zegt hoe, wanneer en waar het werk gebeurt, of vervanging mogelijk is en gebeurt, en of de zzp'er ook voor anderen werkt. Met de beoordeling schijnzelfstandigheid loop je dat stap voor stap door.
  3. Leg de afspraken vast. Een overeenkomst van opdracht zet zelfstandigheid, vervanging en werkwijze op papier. Zo kun je laten zien wat jullie hebben afgesproken.
  4. Doe de ZekerWet Check. Op zekerwet.nl/dba beantwoord je gratis een paar vragen over vervanging, betaling, uurtarief en gezag. Je ziet welke signalen er zijn, en je antwoorden gaan mee naar de overeenkomst.
  5. Zet een herbeoordeling in de agenda. Het bedrag kan stijgen en een opdracht kan veranderen. Kijk bij elke verlenging opnieuw.

Wat betekent het voor een zzp'er?

Werk je voor een bedrijf tegen 38 euro per uur of minder, dan kun je je vanaf 31 december 2026 op het rechtsvermoeden beroepen. Dan hoef jij niet te bewijzen dat je eigenlijk werknemer bent; je opdrachtgever moet aantonen dat je het niet bent. Lukt dat niet, dan heb je recht op wat bij een arbeidsovereenkomst hoort, zoals loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Het is een vermoeden, geen automatische omzetting. Werk je echt als ondernemer, met eigen klanten, eigen werkwijze en eigen risico, dan kan je opdrachtgever dat aantonen. Wil je zelfstandig blijven, zorg dan dat je afspraken en je manier van werken dat ook laten zien.

Veelgemaakte fouten

  1. Denken dat er een minimumtarief komt. Een tarief van 38 euro of minder is niet verboden. Het verschuift alleen de bewijslast.
  2. Denken dat precies 38 euro buiten de regel valt. De wet zegt "ten hoogste". 38 euro valt eronder.
  3. Denken dat je boven de grens veilig zit. Boven de grens geldt dit vermoeden niet, maar de gewone beoordeling op artikel 7:610 en het vermoeden van artikel 7:610a blijven gelden.
  4. Het bedrag één keer opzoeken en dan vergeten. De grens beweegt mee met het minimumloon. Kijk bij elke nieuwe opdracht en elke verlenging opnieuw.
  5. Alleen op het contract vertrouwen. Wat telt is hoe jullie echt werken. Een overeenkomst die niet klopt met de praktijk, helpt je niet bij het bewijs.

Zelf aan de slag

Begin met de ZekerWet Check: je ziet welke signalen er in jouw opdracht zitten, inclusief het uurtarief. Leg daarna de afspraken vast met de overeenkomst van opdracht. Wil je een opdrachtrelatie uitgebreider doorlopen, gebruik dan de beoordeling schijnzelfstandigheid. Je vult de vragen gratis in en betaalt pas als je het document downloadt.

Dit artikel is algemene informatie. Het beschrijft de hoofdregel en gaat niet in op alle uitzonderingen die in jouw situatie kunnen spelen.

Direct aan de slag?

Genereer dit document met ZekerWet. Opgesteld volgens de Nederlandse wet.

Bekijk het document
Minimumtarief zzp: rechtsvermoeden bij 38 euro | ZekerWet