Transitievergoeding berekenen in 2026
De wettelijke vergoeding bij ontslag op initiatief van de werkgever, met het maximum van 2026. Gratis, zonder account.
Hoe bereken je de transitievergoeding?
De transitievergoeding is de vergoeding die een werkgever betaalt als het dienstverband op zijn initiatief eindigt. De wet zegt in artikel 7:673 lid 2 BW: voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd een derde van het loon per maand, en een evenredig deel daarvan voor een periode korter dan een jaar.
De berekening heeft dus twee delen:
- Volle jaren: aantal volle dienstjaren × 1/3 × loon per maand.
- De rest: volgens Rijksoverheid (bruto salaris over het resterende deel / bruto maandsalaris) × (1/3 bruto maandsalaris / 12).
Sinds 1 januari 2020 telt elke dag mee, ook als iemand in de proeftijd wordt ontslagen.
Wat telt mee als loon per maand?
Wat onder loon valt, staat in het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Het loon per maand is het bruto uurloon maal de afgesproken arbeidsduur per maand (artikel 2). Daarbij komen (artikel 3):
- de vakantiebijslag en een vaste eindejaarsuitkering waar de werknemer binnen twaalf maanden recht op zou hebben, gedeeld door twaalf;
- vaste looncomponenten uit de laatste twaalf maanden, gedeeld door twaalf;
- variabele looncomponenten uit de drie kalenderjaren vóór het jaar van ontslag, gedeeld door 36.
Rijksoverheid noemt als voorbeelden van zulke componenten ploegentoeslagen, overwerkvergoedingen, bonussen, winstuitkeringen en variabele eindejaarsuitkeringen. Was de werknemer ziek of met verlof, dan reken je met het loon dat hij anders had verdiend.
Het maximum in 2026
De transitievergoeding is maximaal € 102.000, of een jaarloon als dat hoger is (artikel 7:673 lid 2 BW). Het bedrag wordt elk jaar per 1 januari aangepast en geldt voor een contract dat op of na die datum eindigt (lid 3). De rekenhulp rekent daarom met een einddatum in 2026.
Rekenvoorbeeld
Het voorbeeld van Rijksoverheid: een contract duurde 9 jaar en 5 dagen, het bruto maandsalaris was € 3.000 en het salaris over de laatste 5 dagen € 800. Over de volle jaren: 9 × 1/3 × € 3.000 = € 9.000. Over de rest: (€ 800 / € 3.000) × (€ 1.000 / 12) = € 22,22. Samen € 9.022,22.
De rekenhulp schat het salaris over de laatste dagen als maandloon × 12 × dagen / 365. Rijksoverheid rekent met het werkelijk ontvangen salaris over die dagen; het verschil is meestal klein.
Wanneer is geen transitievergoeding verschuldigd?
De rekenhulp rekent het bedrag uit, niet of de vergoeding verschuldigd is. De wet noemt onder meer:
- het einde is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 7 onder c); de kantonrechter kan dan toch een vergoeding toekennen als niets toekennen onaanvaardbaar is (lid 8);
- het einde in verband met de AOW-leeftijd of een afgesproken pensioenleeftijd (lid 7 onder b);
- een jongere onder de achttien die gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkte (lid 7 onder a).
Kosten voor bijvoorbeeld scholing of outplacement kunnen onder voorwaarden in mindering worden gebracht (lid 6). Rijksoverheid noemt als voorwaarden onder meer dat de werkgever ze heeft gespecificeerd en dat de werknemer vooraf schriftelijk heeft ingestemd.
Veelgemaakte fouten
- Alleen het kale maandsalaris gebruiken. Vakantiegeld en vaste toeslagen tellen mee.
- Afronden op hele jaren. Sinds 2020 telt ook een deel van een jaar.
- Eerdere contracten vergeten. Contracten tussen dezelfde partijen die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden opvolgden, tellen samen (artikel 7:673 lid 4 onder b BW). Vul dan de eerste dag van het eerste contract in.
Van berekening naar afspraak
Stop je in overleg, dan leg je de vergoeding vast in een vaststellingsovereenkomst. Hoe dat werkt, met de bedenktijd en de WW, lees je in Vaststellingsovereenkomst voorbeeld en bedenktijd.
Deze rekenhulp geeft de berekening volgens de wet op basis van wat je invult. Hij gaat niet in op alle uitzonderingen die in jouw situatie kunnen spelen.