ZekerWet.Start Gratis
Terug naar Kennisbank
ZZP & Wet DBA8 min leestijd

Modelovereenkomst ZZP in 2026: wat hij nog waard is

"Kan een modelovereenkomst uitkomst bieden?" Het is de meest gestelde vraag op ondernemersfora sinds de Belastingdienst weer handhaaft op schijnzelfstandigheid. Het eerlijke antwoord: minder dan de meeste ZZP'ers en opdrachtgevers denken, en om een andere reden dan je verwacht.

Dit artikel legt uit wat er sinds 2024 is veranderd, wat een modelovereenkomst in 2026 nog wel en niet doet, en wat je dan wél in je overeenkomst van opdracht zet.

Wat een modelovereenkomst is

Een modelovereenkomst is een overeenkomst van opdracht waarvan de Belastingdienst vooraf heeft beoordeeld dat er, als partijen precies zo werken als erin staat, geen sprake is van loondienst. Ze kwamen in de plaats van de VAR toen de Wet DBA inging, in 2016.

Er zijn algemene modelovereenkomsten, zoals "geen werkgeversgezag", "tussenkomst" en die voor aanneming van werk, en modelovereenkomsten per branche of beroepsgroep. Het basisartikel over de Wet DBA gaat daar dieper op in.

Wat er is veranderd: drie data die je moet kennen

6 september 2024. De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer en verlengt bestaande niet. Haar eigen reden: "Modelovereenkomsten kunnen voor schijnzekerheid zorgen. De beoordeling van arbeidsrelaties is namelijk afhankelijk van hoe in de praktijk wordt gewerkt. En niet van hoe afspraken op papier zijn gezet."

1 januari 2025. Einde van het handhavingsmoratorium. De Belastingdienst geeft geen aanwijzingen meer vooraf, maar kan bij schijnzelfstandigheid direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Naheffen met terugwerkende kracht kan, maar niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid. Dan tot vijf jaar terug.

1 januari 2026. Vanaf deze datum kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen. Verzuimboetes legt zij in 2026 nog niet op.

Een bestaande, goedgekeurde modelovereenkomst mag je blijven gebruiken tot en met 31 december 2029. Ook als er in het document zelf een andere einddatum staat.

Bron: belastingdienst.nl, "Geen nieuwe modelovereenkomsten meer" en "Arbeidsrelaties en handhaving", gelezen op 14 september 2026.

Wat een modelovereenkomst in 2026 nog doet

Twee dingen, en niet meer.

Ten eerste: als je een goedgekeurde modelovereenkomst hebt van vóór 6 september 2024, en je werkt precies zoals erin staat, dan geeft hij zekerheid tot eind 2029. De Belastingdienst zegt het zelf: "ze geven alleen zekerheid als opdrachtgever en opdrachtnemer werken zoals beschreven in de overeenkomst."

Ten tweede: hij is een goede checklist. De gele passages in een modelovereenkomst zijn de bepalingen die het verschil maken tussen opdracht en loondienst. Die wil je ook in een eigen overeenkomst van opdracht terugzien.

Wat hij niet doet: een controle winnen als de praktijk anders is. Een boekhouder op ondernemersforum Higherlevel vat het samen: "Een modelovereenkomst geeft geen enkele zekerheid of garantie. Het zijn de werkzaamheden, de verplichtingen en beperkingen die er toe doen."

Waar de Belastingdienst wél naar kijkt

Of een opdracht juridisch een dienstverband is, hangt niet af van wat er boven het contract staat. Art. 7:610 BW kent drie criteria: persoonlijke arbeid, loon en een gezagsverhouding. Zijn die alle drie aanwezig, dan is het een arbeidsovereenkomst, ongeacht de titel van het document.

De gezagsverhouding is in de praktijk het breekpunt. De Belastingdienst geeft opdrachtgevers vier vragen mee: kun je bepalen hoe, wanneer, waar en met wie de opdrachtnemer werkt; kun je bepalen hoeveel uur of dagen per week hij aan de opdracht werkt; kun je je bemoeien met zijn samenwerking met anderen; en kun je hem dezelfde aanwijzingen geven als je werknemers als hij hetzelfde werk doet. Eén keer "ja" is volgens de Belastingdienst al "een sterke aanwijzing voor een gezagsverhouding".

Sinds het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2023:443, 24-3-2023) hangt het oordeel af van "alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien". De Hoge Raad noemt onder meer: de aard en duur van het werk, wie de werkwijze en werktijden bepaalt, de inbedding van het werk in de organisatie van de opdrachtgever, of het werk persoonlijk moet worden uitgevoerd, hoe de beloning wordt bepaald en hoe hoog die is, of de opdrachtnemer commercieel risico loopt, en of hij zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt: reputatie, acquisitie, fiscale behandeling, aantal opdrachtgevers en de duur waarvoor hij zich aan één opdrachtgever verbindt.

En één zin uit datzelfde arrest die elke modelovereenkomst relativeert: "Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt mede af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht." Een vervangingsclausule die in de praktijk niet gebruikt kan worden, telt niet.

Drie misverstanden die je geld kosten

"Ik factureer via een BV, dus ik ben veilig." Nee. De beoordeling gaat over de arbeidsrelatie tussen de persoon die het werk doet en degene voor wie hij het doet; de gezichtspunten van de Hoge Raad gaan allemaal over die persoon en dat werk. De rechtsvorm waarmee gefactureerd wordt is hooguit één omstandigheid in het geheel, geen vrijbrief.

"Mijn freelancers maken te weinig uren om verdacht te zijn." Art. 7:610 BW kent geen minimumaantal uren; een korte opdracht onder gezag is nog steeds een opdracht onder gezag. Er is wel een aparte regel waar uren wél tellen: de fictieve dienstbetrekking voor "gelijkgestelden", iedereen die doorgaans op twee of meer dagen per week werkt en daarmee minstens twee vijfde van het minimumloon verdient. Die kun je samen schriftelijk uitsluiten, maar alleen vóór de eerste betaling.

"Een goed contract is genoeg." De Belastingdienst vraagt je zelf om na de start regelmatig te controleren of er nog steeds geen loondienst is, "want de manier waarop u samenwerkt, kan in de loop van de tijd veranderen."

Wat je dan wél in je overeenkomst van opdracht zet

Een overeenkomst van opdracht in 2026 beschrijft een echte opdracht. Dat betekent:

  1. Opdrachtgever en opdrachtnemer. Niet werkgever, werknemer of personeel, ook niet in e-mails. De Belastingdienst noemt "de manier waarop afspraken tot stand zijn gekomen" als een van de feiten die meewegen, en een fiscalist op Higherlevel waarschuwt dat correspondentie bij een controle wordt meegelezen.
  2. Resultaat, geen aanwezigheid. Wat er opgeleverd wordt en wanneer, niet op welke dagen iemand op kantoor zit.
  3. Geen werkgeversgezag. De opdrachtnemer bepaalt zelf hoe het werk wordt uitgevoerd.
  4. Vervanging. De opdrachtnemer mag zich laten vervangen door iemand met dezelfde kwalificaties.
  5. Eigen middelen en eigen risico. Eigen gereedschap, eigen aansprakelijkheidsverzekering, eigen risico bij fouten.
  6. Geen loondienstvoorwaarden. Geen vakantiedagen, geen opleidingsplicht, geen vaste werktijden. "De manier waarop de werkzaamheden en werktijden zijn bepaald" staat in het afwegingskader van de Belastingdienst; vakantiedagen en opleidingsplicht zijn de voorbeelden die een fiscalist op Higherlevel noemt als typische loondienstvoorwaarden in generieke templates.
  7. Een vaste herbeoordeling. Elk half jaar samen kijken of de praktijk nog klopt met het papier.

Zit een van deze zeven er niet in, dan is het contract niet het probleem. Dan is de opdracht het probleem.

Wat er nog aan wetgeving aankomt

Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR had twee delen: een verduidelijking van de beoordelingscriteria en een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Het verduidelijkingsdeel is bij nota van wijziging geschrapt. Wat overbleef is de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief (Kamerstuk 36.783): aangenomen door de Tweede Kamer op 21 april 2026 en door de Eerste Kamer op 16 juni 2026, gepubliceerd in het Staatsblad. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum; op 17 september 2026 was dat besluit er nog niet.

Wat die wet doet: een ZZP'er die minder dan 38 euro per uur verdient (peildatum 1 januari 2026, het definitieve bedrag wordt bij ministeriële regeling vastgesteld) kan zich beroepen op een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dan moet de opdrachtgever bewijzen dat het géén arbeidsovereenkomst is, in plaats van andersom.

In het debat wordt ook over alternatieven gesproken, zoals een Zelfstandigenwet die eerst toetst of iemand ondernemer is en pas daarna naar de werkrelatie kijkt. Dat is op dit moment een discussie, geen wet.

Voor de beoordeling zelf verandert er dus voorlopig niets: die loopt op art. 7:610 BW en de Deliveroo-gezichtspunten. Wat er wél bijkomt is bewijslast voor opdrachtgevers die onder de 38 euro per uur inhuren.

Overeenkomst van opdracht opstellen met ZekerWet

ZekerWet genereert een overeenkomst van opdracht met een uitdrukkelijke uitsluiting van de arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW), geen werkgeversgezag, eigen ondernemersrisico, vrijheid om voor meerdere opdrachtgevers te werken en een vervangingsbeding. Vakantiedagen, werktijden en opleidingsplicht staan er niet in. Opgesteld volgens de Nederlandse wet. Je genereert hem via de generator voor de overeenkomst van opdracht.

Twijfel je of een lopende opdracht schijnzelfstandigheid is? De Beoordeling Schijnzelfstandigheid ZZP loopt de drie criteria van art. 7:610 BW na plus negen indicatoren uit de praktijk, van eigen materiaal en meerdere opdrachtgevers tot financiële afhankelijkheid en de duur van de opdracht, en geeft per indicator aan welke kant hij op wijst.

Dit artikel is algemene informatie en gaat niet in op alle uitzonderingen die in jouw situatie kunnen spelen.

Direct aan de slag?

Genereer dit document met ZekerWet. Opgesteld volgens de Nederlandse wet.

Bekijk het document
Modelovereenkomst ZZP in 2026: wat hij nog waard is | ZekerWet Kennisbank